Verschijnt september 2016

De Slag om de Schelde vond plaats in oktober en november 1944. Een slag die niet nodig was geweest als onmiddellijk na de Britse inname van Antwerpen op 4 september ook de Scheldemonding was veroverd.

In de onterechte veronderstelling dat de Duitse strijdkrachten nagenoeg waren verslagen trachtten de geallieerden tevergeefs met een grondoffensief en luchtlandingstroepen bij Arnhem een doorbraak naar het hart van Duitsland te forceren. Zo kregen de Duitsers de kans om zich te hergroeperen en voor te bereiden op een krachtige verdediging van de Westerschelde.

Hitler riep Walcheren en West Zeeuws-Vlaanderen uit tot ‘Festung’ waar tot het uiterste stand moest worden gehouden. Het strategische belang van de Scheldemonding was immers evident: zonder verovering van het Deltagebied konden de geallieerden geen gebruik maken van de haven van Antwerpen, die vrijwel onbeschadigd in hun handen was gevallen.

Toen de Slag om de Schelde dan uiteindelijk op 5 oktober losbarstte met de opening van het Canadese offensief, werd al snel duidelijk dat er heel hard om de Scheldemonding gevochten moest worden. Wat opvalt tijdens deze gevechten is de grote verscheidenheid aan militaire activiteiten zoals: een Duitse terugtocht van bijna 100.000 man, een kunstroof in Brugge, de enorme verwoestingen die in West Zeeuws-Vlaanderen worden aangericht, V2 lanceringen vanaf Walcheren, het bombarderen van zeedijken op Walcheren en de Duitse stellingen, standrechtelijke executies, Duitse commando’s met speedboten op de Westerschelde, meerdere landingen vanuit zee waaronder de tweede frontale aanval op de Atlantikwall na D-Day, de inzet van geallieerde nieuwe wapens, etc.

De gevolgen van de gevechten waren voor zowel de strijdende partijen als de burgerbevolking desastreus. Ruim 5.000 mensen overleefden de Slag om de Schelde niet. Een Canadese historicus gaf het boek dat hij hierover had geschreven de veelzeggende titel: ‘Terrible Victory’. De Slag om de Schelde was de meest bloedige operatie van het Canadese Leger in West-Europa.

Op 8 november was de operatie voor het vrijmaken van de Westerschelde voorbij en twee weken later voeren de eerste geallieerde transportschepen naar Antwerpen. Hoewel Hitler bevel gaf om de stad te heroveren bij zijn Ardennenoffensief en Antwerpen ook onophoudelijk werd bestookt met V1 en V2’s, zou uiteindelijk in het laatste halfjaar van de oorlog tweederde van de broodnodige voorraden via deze haven de geallieerde legers bereiken. Het vrijmaken van de Schelde heeft op deze manier een cruciale bijdrage aan de uiteindelijke overwinning op Hitler-Duitsland geleverd.

De Slag om de Schelde mag dan grotendeels vergeten zijn, overal in het Zeeuwse en West-Brabantse landschap zijn nog sporen en monumenten te vinden van de zware gevechten. De Slag om de Schelde neemt dan ook volkomen terecht een prominente plaats in de kanon van de geschiedenis van Zeeland en West-Brabant in.

Auteurs van deze uitgave zijn Hans Sakkers en Tobias van Gent.


5